Skip to content

#122 Mijn strenge behandelaar (vervolg op #121)

30 augustus 2026

Gek genoeg zag ik uit naar het moment op de OK. Daar zou het goed komen en je zou je liefdevol over mij ontfermen en doen wat volgens het instructiefilmpje had te gebeuren.
Vastgelegd aan draden en slangen, mijn blote lijf gehuld in een soort openvallende pyjama-jas waardoor de schouder goed te bereiken zou zijn, lag ik te wachten op wat komen ging. Veel volk om me heen in groene pakken, mondkapjes voor.
“Is er een dokter in de zaal?”, vroeg ik pseudo geestig, vooral mezelf moed insprekend, tot niemand in het bijzonder. Daar verscheen je, uit het niets, uiteraard ook in het groen en met mondkapje. Zowaar, een geruststellend klopje op de arm die er straks aan zou gaan.
“Ja, de dokter is er,” zei je “maar ik ga nog eerst even mijn neus poederen, dan ben ik er helemaal klaar voor” en weg was je.
Mij werd de narcose toegediend, en ook ik was weg.

De dag na de ingreep wisselden diepe slaap en onduidelijke visioenen in half wakkere staat elkaar af. De versuffing van de verdoving liet zich niet zomaar verdrijven. Veel viel er niet terug te denken, ik was echt ver weg geweest, hoe zat het met mevrouw de orthopeed? De gedachte dat ik je niet meer had kunnen spreken na het neuspoederen bleef door mijn hoofd spoken. Je had me aan mijn lot overgelaten.
Zodra je aan mijn bed kwam zou ik je niet alleen bedanken voor je verrichtingen, maar ik zou ook een opmerking maken over je afstandelijkheid. Ik vond dat ik als patiënt recht had op meer persoonlijke betrokkenheid van mijn behandelaar. Alle verpleegsters waren vriendelijker geweest dan jij. Verschillende versies van mijn speech gingen door mijn hoofd. Eigenlijk het enige waar ik op dat moment aan kon denken. Prachtige volzinnen regen zich aaneen, snel opgevolgd door verbeterde versies. Dankbaarheid dat de operatie achter de rug was, dat het kennelijk goed was gegaan, maar ook dat ik me in de steek gelaten voelde. Ik had erop gerekend dat ze tijdens deze gehele onderneming meer mijn maatje was geweest. Hoezeer had ik mijn lot in haar handen moeten leggen, en het was niet niks geweest: ze had uitvoerig op de risico’s gewezen, blijvende invaliditeit mocht zelfs niet worden uitgesloten.

Daar was je. Net zoals op de OK voor mij weer net zo onverwacht. Waar was mijn speech gebleven, wat had ik ook alweer bedacht? Je was nu in burger, zonder mondkapje, zonder witte jas. Zo had ik je niet eerder gezien.
“Hoe gaat het met u? Alles is goed gegaan hè, u mag straks naar huis en dan gaat u met een fysiotherapeut verder revalideren. In drie maanden zie ik u weer terug op mijn spreekuur.” Ik had verzonnen je met je te bejegenen, dat zou minder afstand geven, maar zelfs daar kwam niets van terecht.
“Ik geloof dat ik me wel goed voel, ja ik wil graag naar huis.” Daar ging ze weer, mijn hakkelend dank-u-wel lukte nog net.

Het onderwerp van je afstandelijkheid werd de weken erna eigenlijk alleen groter. Ik moest vaststellen dat ik me aan jou had vastgeklampt, je steun zocht en dat je houding dat gevoel van afstand eerder vergrootte. Ik moest je voor me zien te winnen, daar had ik recht op, zoiets.
Ik had het erover met mijn revalidatie-fysiotherapeute met wie jij regelmatig contact had. “Wat wil je nou?” had de fysiotherapeute gevraagd. “Dat er een zekere afhankelijkheidsrelatie ontstaat tussen behandelaar en patiënt is logisch, maar het hoeft toch niet meteen zo innig te zijn? Professionele afstand is zelfs gewenst. Maar als ik haar zie zal ik dit onderwerp toch eens aankaarten en aangeven hoe jij dit hebt ervaren.”

Later hoorde ik dat je me ook een sympathieke kerel had gevonden en dat dit bij haar misschien wel had geleid tot nog wat meer afstand. Ik was de te behandelen patiënt en zo hoorde dat te blijven. Het speet haar dat ze koel en afstandelijk was overgekomen. Maar ze wenste me alle goeds en uiteraard een voorspoedig herstel met een naar behoren functionerende schouder. Onze wegen hadden elkaar gekruist en we vervolgden nu ieder weer ons eigen pad. Zo gaat dat in het leven.

Toen pas besefte ik dat mijn behoefte aan meer verbondenheid vooral werd gevoed door de omstandigheden. Ik realiseer me nu het situationele ervan. Toen is niet meer nu. Wat blijft is de herinnering aan professioneel vakmanschap. De behoefte aan meer empathie verdween en maakte plaats voor waardering.
Ik dank u alsnog hartelijk, mevrouw de orthopeed!

                                                                                                           (de getoonde afbeelding is gegenereerd met ChatGTP)

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top