
#119 Icoon
10 juli 2026
De Quay (KVP), Marijnen (KVP), Biesheuvel (ARP) en Cals (KVP) waren de Christelijke roergangers. Toon Hermans en Snip & Snap waren topamusement. Mies Bouman, Willem O’Duys, Rudi Carrell en Lou van Rees hielden de mensen van de straat. Sjoukje Dijkstra, Joan Haanappel en Anton Geesink waren de nationale helden. IJver, plichtsbetrachting, loyaliteit aan staat en geloof, leken zich uit te betalen. Een wasmachine, televisie en zelfs een auto kwamen binnen het bereik van velen. De naoorlogse wederopbouw bracht toenemend welvaart. Wat ging het toch goed. Niet storen a.u.b.
Toen was er “Ik Jan Cremer”.
Een boek als een bom.
Verscheen in februari 1964 bij de Bezige Bij in een oplage van 5.000 stuks. Geheel in lijn met zijn schrijfsels wist Cremer met tot dan toe ongekende acties zijn boek onder de aandacht van lezend Nederland te brengen. En vooral ook onder die van niet of nauwelijks lezend Nederland.
De jeugd liep ermee weg. Ik ook. Rooie oortjes werk. Jan Wolkers was spannend en het had de goedkeuring van meerdere literatuurkenners, maar dit was anders, zeker een overtreffende trap. In straattaal, zoals dat heette.
Seks, spanning, sensatie. Hier gingen deuren open waarvan je het bestaan amper wist.
Wat daarachter zat was wellicht niet helemaal onbekend, maar daar moest toch zeker over worden gezwegen.
Hoe kom ik erop?
Door een expositie in het Zwolse Museum De Fundatie. “Cremer in context – de vroege jaren”. Tuurlijk, een hilarische flashback, maar ook de ontdekking van iets waarvan ik mij nooit zo bewust was geweest. De schrijver van de ‘onverbiddelijke bestseller’ was in 1964 helemaal niet die opstandige nozem uit Enschede die uit het niets een mega-hit bij elkaar had geschreven. Cremer was, hoe jong hij ook nog was, al jaren als kunstenaar actief. Op het terrein van de beeldende kunst was hij als tiener al baanbrekend bezig, grenzen opzoekend.
Uit de tentoonstelling citeer ik “… zijn houding – leren jack, kuif, sigaret – is zelfverzekerd en uitdagend. Hij noemt zichzelf een barbarist, een barbaar, een onaangepast persoon en zijn doeken peinture barbarisme: schilderkunst die wild, woest, wreed is – en bovenal anders. ‘Er moet iets nieuws komen’, stelt Cremer in zijn manifest. Net als alle avant-gardisten rekent hij af met schilderkunstige tradities en wil hij een nieuwe wereld scheppen.
In 1960 presenteert Cremer zijn nieuwe, bijna zes meter lange doek La Guerre Japonaise op een tentoonstelling in Den Haag. Hij vraagt er maar liefst een miljoen gulden voor. Niemand koopt het schilderij, maar Cremer weet wel alle aandacht op zich te richten. Zijn werk verwijst naar oorlog, maar symboliseert ook zijn eigen innerlijke vuur en schildersdrift: Ik vecht met verf, soms win ik.”
Van het schilderij, intussen eigendom van De Fundatie, is boven dit stukje een afbeelding geplaatst. In het echt te zien op de expositie.
In die zin was het schrijven van ‘Ik Jan Cremer’ misschien gewoon maar een intermezzo in zijn onstuimige kunstenaarsleven. In lijn met zoals het hem in werkelijkheid verging. Voor wie in zijn nabijheid verkeerde – inderdaad beroemdheden als Jayne Mansfield, Andy Warhol, Lou Reed, John Cale – was de roman geen ‘boek als een bom’, maar de registratie van hun levens.
Geïnspireerd door de tentoonstelling thuis mijn exemplaar van het boek teruggezocht. Zevende druk, augustus 1964. Er was zichtbaar behoorlijk in gelezen en er was weinig voor nodig de “reuzenpocket” met meer dan 350 bladzijden uit elkaar te laten vallen. Voorzichtig dus, al zijn er intussen meer dan een miljoen exemplaren van verkocht en is de uitgever toe aan de 58ste druk. In de Nederlandse taal wel te verstaan. Wat mij nu meteen opviel was de akelig kleine letter. Had ik destijds geen last van, zo veel jaren later animeert het niet om er voor langere tijd nog in te lezen.
Wat des temeer animeerde was het boek “ICOON, De geschiedenis van ’n onverbiddelijke BESTSELLER” (uitgeverij Komma-2023), dat ik van de expositie meenam. Honderden bladzijden gewijd aan de ontstaansgeschiedenis van het boek, en vooral ook over Cremers niets of niemand ontziende bemoeienis met de vormgeving en marketing. Compromisloos moest het zoals hij in zijn kop had. Was het boek destijds een ongekende sensatie, het verhaal er omheen onderstreept nog eens de betekenis van Cremers werk.
(De expositie “Cremer in context” is te zien tot en met 20 september 2026 in De Fundatie/Zwolle.)





Comments (0)