skip to Main Content

In the hall of the mountain king

# 622 maart 2021

Bij bijna elk optreden stond Griegs ‘In the hall of the mountain king’ op de play list van de bigband waar ik een tijdje in meespeelde. Niet zoals de componist het had uitgeschreven, maar naar een arrangement van Øivind Westby en zoals op de plaat vastgelegd door the Norwegian Big Band. Met de Electric Trombone van Frode Thingnæs (ik moest het op de hoestekst lezen, anders had ik die trombone niet herkend). Altijd leuk om dit nummer te doen. Het begint met een eenvoudig motiefje dat zich telkens en steeds met wat meer volume herhaalt. De soli worden afgesloten met een mooi opgebouwd kunststukje van de gitarist en het eindigt met hetzelfde motiefje, tot slot twee keer fortissimo in dubbel tempo gespeeld. Succes gegarandeerd en voor de band, in ieder geval voor mij, elke keer weer het nodige speelplezier.

Het originele werk van Grieg had, misschien nog wel nadrukkelijker, ook zo’n opbouw: een onheilspellend klinkend, bijna dreigend begin door de cello’s en de basen. Steeds meer instrumenten uit het orkest vallen in en de spanning wordt verder opgebouwd, toewerkend naar het slotmotiefje in dubbel tempo. Je hoort de opwinding (en misschien ook wel opluchting dat het weer gelukt is) na dat krachtige slot.

De muziek was bedoeld als achtergrond bij een scene in Peer Gynt, het toneelstuk van Henrik Ibsen. De hoofdpersoon, Peer Gynt, belandt – in de veronderstelling de dochter van de koning te trouwen – in de hal van de mountain king (in de Nederlandse vertaling werd dat de hal van de Kabouterkoning), omringd door trollen en andere enge wezens. Hier wordt hem zo het vuur aan de schenen gelegd, dat Peer niet anders weet dan te vluchten. Zo aantrekkelijk was zijn bruid nou ook weer niet. Een hilarisch verhaal dat mij tot voorbeeld diende voor ‘Het meisje met de paardenstaart’.

De toneelmuziek had trouwens nog wel een aardige historie.
Een kleine tien jaar nadat Ibsen het toneelstuk had voltooid, klopte hij bij zijn landgenoot Edvard Grieg aan om muziek te schijven bij zijn Peer Gynt. Naar verluid was Grieg daar niet echt voor te porren. Hij zou Peer Gynt het slechtste stuk vinden dat hij ooit gelezen had, en hij had de opdracht alleen maar voor het geld aangenomen: tweehonderd daalders plus reiskosten. De eerste uitvoering vond plaats in 1878. Hoewel de voorstelling een overweldigend succes was, bleef Grieg nog lang aan de oorspronkelijke compositie veranderen.

Na de Tweede Wereldoorlog vertaalde Henrik Rytter het toneelstuk naar modern Noors. De directeur van het Noorse Theater vond dat daarbij ook meer eigentijdse muziek hoorde en hij nodigde Harald Saeverud uit nieuwe suites te schrijven. In 1948 ging het redactioneel aangepaste stuk met compleet nieuwe muziek in première. Ook deze versie werd door de vakpers goed onthaald.
Twee muziekstukken op dezelfde tekst dus, met dezelfde tekstplaatsingen, maar met een totaal verschillend resultaat: de romantische versie van Grieg tegenover de sobere expressie van Saeverud. Onvergelijkbaar, maar beide composities zijn intussen stevig met het toneelstuk verankerd. Zo werd althans gerecenseerd.
Ik waag het toch te kiezen voor de oorspronkelijke versie. Het half zo oude Saeverud-werk is intussen zelfs maar moeilijk te verkrijgen. En bewerkingen door Duke Ellington of Westby heb ik op de Saeverud-versie nog helemaal niet aangetroffen.

Een waarschuwing tot slot: pas op met luisteren naar de oorspronkelijke ‘In the hall of the mountain king’. Zie het melodietje daarna maar weer uit je hoofd te krijgen.

Back To Top