
#110 Die kwam binnen
1 april 2026
‘Bah, da’s toch niets meer voor jou, ouwe man’, reageerde mijn tafelgenote op het enthousiasme waarmee ik een nieuwe deelneemster aan onze club beschreef. Die kwam binnen. Wat, ik ouwe man? En niets meer voor mij? Ging dat over mij? Ja, moest ik met onverwachte pijn in het hart concluderen.
Ik had mijn tafelgenote tot dan best hoog zitten. Een vlotte vrouw, waarmee ik, als we elkaar ontmoetten, losjes en niet zonder humor over allerhande zaken kon babbelen. Er was wel een klik, meende ik. Wat was dit nu? Zo maar uit het niets weggezet als een oude man. Voor wie het stellig gedaan was. Over en uit. Het was geen grap geweest. Ik was op mijn plaats gezet, een plek die van geen kanten als de mijne voelde. Oké, op de kalender scoorde ik in de regionen die ook ik vroeger ontegenzeggelijk als oud had bestempeld, maar ik leefde in alle opzichten nog steeds het leven dat mij dierbaar was. Waarin mij geen enkel perspectief ontzegd was, waarin ik aan alles mee zou doen wat mij welgevallig was. Ze had me in een hokje gestopt. Onverhoeds uithalend, het traliehek met een klap dichtgeslagen. Een categorie waarvan me het bestaan niet onbekend was, maar die nog zo ver achter mijn horizon verborgen lag. Overvallen door deze plotselinge wending in het gesprek was elke poging tot verweer direct gedegradeerd tot een achterhoedegevecht. Haar interesse bij het onderwerp leek inmiddels ook al lang vervlogen, het was toch zo?!
Op de ons gebruikelijke luchtige toon kletsten wij de maaltijd ten einde en kon ik weg, het gebeurde overdenken.
Zo zag deze veertiger mij dus. Als een oude man, wiens rol tussen de seksen lang en breed was uitgespeeld. Wat wist zij daar nu van. Was ik wat van mijn sexappeal kwijtgeraakt? In de spiegel vond ik van niet. Althans, als ik bij bepaalde poses wegkeek. Had ik mijn speelsheid verloren, was er een soort van berusting binnengeslopen? Een verzuring zelfs? Misschien wel, maar ik voelde nog altijd volop energie aanwezig om mijn vertrouwde rol van de opgewekte mensenmens te vervullen, te verbinden en mijn doelen te verwezenlijken.
Zij had halt geroepen, dit is niet meer jouw terrein. Jouw deel is geweest. Houdbaarheid verstreken.
Ik besloot het voorval te willen vergeten. Hoe aardig ik mijn tafelgenote ook vond, hier was ze over een streep gegaan. Ik heb sindsdien niet meer met haar gegeten, kom op zeg, met zo’n onnadenkende flapuit.
Maar iets van een markeringslijn is wel voelbaar geworden. En het bewustzijn dat mijn leven zoals het was intussen aan het veranderen is en dat de buitenwereld dat eerder in de smiezen heeft dan ikzelf. Daar maar in berusten?
Kom op, daar ben ik echt nog te jong voor. Toch?

Comments (0)